Gezond met diabetes

*Interview met diabetespatiënt Jaap Ros*
IMG_1372
1. Wat is diabetes?

Diabetes, suikerziekte, is de meest voorkomende chronische ziekte: al ruim 1 miljoen Nederlanders hebben het. De lichamelijke gevolgen van (onbehandelde) diabetes zijn groot en soms ook levensbedreigend, zoals hart- en vaatziekten.

Bij diabetes kan het lichaam de bloedsuiker niet meer in evenwicht houden. Dat komt doordat het lichaam te weinig van het hormoon insuline heeft. En ook reageert het lichaam vaak niet meer goed op insuline. Of het maakt helemaal geen insuline meer. Insuline regelt de bloedsuikerspiegel.

Diabetes wordt ook wel suikerziekte genoemd in de volksmond. De meest voorkomende soort is diabetes type 2: negen van de tien mensen met diabetes hebben diabetes type 2. Zij hebben te weinig insuline in het lichaam en reageren daar ook niet meer goed op.
Er zijn ook mensen bij wie het afweersysteem van het eigen lichaam de cellen vernielt die insuline aanmaken. Het afweersysteem vergist zich dus. Dan heb je diabetes type 1. Mensen met diabetes type 1 moeten elke dag één of meerdere keren per dag hun bloedsuiker meten, insuline spuiten of een pompje gebruiken. Ze kunnen in wezen dus geen hap eten zonder te berekenen hoeveel insuline ervoor nodig is.

We weten nog niet precies waardoor diabetes ontstaat. Mensen krijgen eerder diabetes type 2 als het in de familie zit, als ze te zwaar zijn en als ze weinig bewegen. Maar lang niet iedereen kan voorkomen dat hij diabetes type 2 krijgt. Er zijn ook mensen die altijd gezond leven en die toch diabetes type 2 krijgen.

Diabetes type 1 begint met aanleg voor diabetes type 1, ook zonder diabetes in de familie. Vervolgens raakt het afweersysteem uit evenwicht, waardoor het de cellen aanvalt die insuline maken.

Diabetes steelt dus in zekere zin je gezondheid. Je kunt bijvoorbeeld problemen krijgen met ogen, nieren, bloedvaten en voeten. Uiteindelijk kun je aan de gevolgen van diabetes overlijden. We weten al heel veel over diabetes, maar de ziekte heeft nog steeds geheimen voor ons. Daarom is meer onderzoek naar diabetes nodig.

2. Waarom ben je destijds lid geworden van de diabetesvereniging? Wat droeg het bij aan jouw leven?

Binnenkort – op 26 februari 2016 – beleef ik mijn 20-jarig jubileum van mijn diabetes type 1. Dat is op mijn 67e natuurlijk erg laat. Vroeger werd diabetes type 1 namelijk vaak aangeduid als “jeugd-diabetes”. En met een snelle rekensom van 67 jaar min 20 jaar kom ik aan mijn 47e jaar waarop ik diabetes type 1 kreeg. Niet echt “jeugd-diabetes” dus. Net als dat diabetes type 2 vroeger vaak “ouderdoms-diabetes” werd genoemd. Diabetes type 2 wordt tegenwoordig steeds eerder waargenomen. Dat komt met name doordat mensen steeds dikker worden, waardoor ook de jeugd door “de vette hap” en “zoete koek” steeds vatbaarder wordt voor de gevolgen van diabetes type 2.

Maar om terug te komen op je vraag “waarom” ik destijds lid ben geworden van de Diabetes Vereniging Nederland (DVN), dat kwam omdat ik me besefte dat ik maar weinig wist van diabetes en de manier waarop ik daar het beste mee om kon gaan. Ik kreeg van de DVN maandelijks een blad met daarin niet alleen medische informatie, maar ook verhalen van andere mensen met diabetes en de manier waarop zij daarmee omgingen. Voor mij was dat een zinvol begin van een “ander” leven, dat min of meer op z’n kop werd gezet. Ook bezocht in via de afdeling Leiden de voorlichtingsbijeenkomsten in het vroegere Academisch Ziekenhuis Leiden, nu LUMC. Daar leerde ik dat “eten en bewegen” nooit meer hetzelfde zou zijn als vóórdat ik diabetes kreeg.

3. Hoe ga jij er als diabetespatiënt mee om?

Ik vind zèlf dat ik het aardig doe. En ik ga dan uit van het standpunt “kennis maakt macht”. Spuiten wanneer nodig óf wanneer gewenst. Doordat ik moest gaan “spuiten” was ik min of meer flexibeler dan mensen die “alleen maar” pillen moesten slikken. Zonder al te veel op de diabetes-technische zaken in te gaan kun je namelijk in het algemeen stellen dat medicatie via pillen een wat strakker leefpatroon vereist. Dus op vrij vaste tijden eten, niet de ene keer véél voedsel en de andere keer juist heel weinig. De hoeveelheid werkzame stof is bij mensen met type 2 diabetes namelijk altijd gelijk, terwijl de mensen die insuline spuiten veelal de hoeveelheid insuline laten afhangen van de hoeveelheid èn de soort eten. Dus, véél of weinig koolhydraten. Die kennis heb ik opgedaan op een cursus van de DVN. Op 4 avonden werden mij de meest belangrijke dingen over diabetes bijgebracht. Ik raakte daar zó bij betrokken dat ik na 1 jaar zèlf tot voorzitter van de afdeling Leiden en Omstreken werd gekozen. Die functie heb ik 8 jaar uitgeoefend, waarnaast ik gespreksleider werd voor lotgenoten, dus mensen met dezelfde ziekte als ikzelf. Ook organiseerden we lotgenotencontact voor gezinsleden van mensen met diabetes type 1 èn 2. Waarom óók kennis uitwisselen tussen gezinsleden van mensen met diabetes? Heel eenvoudig; omdat ook zij worden geconfronteerd met de gevolgen van de diabetes van hun vader, moeder, kind en anderen. Met name mensen die niet afhankelijk zijn van het inspuiten van insuline moeten namelijk “op tijd” eten. En dat houdt dus veelal in dat ook de andere gezinsleden min of meer in een keurspatroon worden gedwongen. En wát moeten zij doen als hun huisgenoot een hypo krijgt !!!

Voor ouders waarvan de kinderen diabetes krijgen is daar ook nog de angst om hun kind alléén naar school te laten gaan óf bijvoorbeeld alléén op straat te laten spelen. Want zeker bij veel bewegende kinderen ligt een “hypo” (een lage bloedglucosewaarde) op de loer. En beweging in het algemeen verlaagt nu eenmaal de glucosewaarde in het bloed. Dat een waarde niet te hoog wordt is goed; het beperkt namelijk de kans op complicaties zoals hart- en vaatziekten, problemen met de ogen (zwakke bloedvaatjes weg laseren), nieren (dialyse) en voeten (neuropathie).

4. Heeft sporten bijgedragen aan je gezondheid als diabetespatiënt? En moet je als diabetes patiënt ook letten op je voeding? Zo ja, waarmee dan?

Dat heeft het zeker. Zoals ik hiervoor al aangaf brengt “bewegen”, dus ook “sporten“, je bloedsuikers naar beneden. Het verkleint dus voortdurend de kans op nare complicaties die er nu eenmaal aan diabetes verbonden zijn. Daarnaast helpt sporten mee om mijn lichaamsgewicht niet te hoog te laten worden, waardoor mijn lichaam de toegediende insuline beter herkend en dus ook kan verwerken. Aan de andere kant levert dat meteen de vraag op óf ik niet teveel heb gespoten als ik ga sporten. Het is dus zaak om die twee dingen goed op elkaar af te stemmen. Te weinig insuline leidt dus tot te hoge bloedsuikers (hyper), terwijl teveel insuline juist leidt tot een te lage bloedsuiker (hypo). En dan is er natuurlijk vaak de vraag van “de kip en het ei”. Heb ik – bij een te hoge bloedsuiker – te veel gegeten óf heb ik te weinig insuline gespoten? Of juist andersom en heb ik – bij een te lage bloedsuiker – te weinig gegeten óf heb ik te veel insuline ingespoten. En ….. wanneer je ook nog eens weinig sport, dan wordt je lichaam nog minder gevoelig voor insuline. Spieren nemen namelijk veel meer glucose op dan andere lichaamscellen zoals vetcellen, dus wanneer je spiermassa verliest door weinig te sporten neemt je lichaam minder glucose op. Voor mensen met diabetes type 2 geldt daarnaast dat ouderdom en genetische componenten ook oorzaken kunnen zijn, maar de grote toename van mensen met diabetes type 2 komt voornamelijk door een verkeerde leefstijl, dus weinig bewegen en teveel en verkeerd eten.

Het spreekt dus voor zich dat iemand met diabetes zich ALTIJD meer in zijn of haar voeding moet verdiepen dan iemand die géén diabetes heeft. En dan gaat het vaak niet alleen over de hoeveelheid van het eten, maar zeker óók over “wát” iemand eet. Dus eet iemand véél koolhydraten per maaltijd dan zal de bloedglucosewaarde – zonder toediening van insuline of inname van medicatie – uiteindelijk fors stijgen. Neemt iemand daarentegen een koolhydraat-arme maaltijd dan zal de bloedglucosewaarde weliswaar stijgen, maar veel minder hoog uitkomen. Maar daarmee ben je er als diabetespatiënt nog niet, want er is ook nog zoiets als de opnamesnelheid van voedsel. Twintig jaar geleden toen ik diabetes kreeg moest ik veelal een kwartier tot een half uur vóórdat ik ging eten mijn insuline toedienen.

diabetes-2

Tegenwoordig is de snelstwerkende insuline ongeveer net zo snel als de tijd die mijn eten nodig heeft om te worden opgenomen. Dat lijkt eenvoudig, maar dan heeft de insulineafhankelijke patiënt buiten de waard gerekend. Dát zou te eenvoudig zijn. Er bestaat namelijk ook nog zoiets als een glycemische index (GI). De glycemische index geeft namelijk de snelheid aan waarmee het voedsel wordt opgenomen. Je zult begrijpen dat als je voeding neemt die maar langzaam wordt opgenomen en tegelijkertijd “snelwerkende” insuline spuit, dat de insuline eerder zijn werk doet dan dat de koolhydraten in het voedsel worden omgezet in glucose. Gevolg hiervan is een hypo. Die hypo dwingt je op dat moment om bijvoorbeeld druivensuiker te nemen waardoor de bloedsuiker weer snel zal stijgen. Maar als vervolgens de genuttigde voeding zijn werk gaat doen, dan stijgt de bloedglucosewaarde juist weer teveel en is er extra insuline nodig. Kortom, als diabetespatiënt type 1 moet je al bijna een voedingsdeskundige zijn om niet steeds te worden geconfronteerd met schommelende bloedsuikers. En ik kan je vertellen, dat is niet altijd even prettig. Een beetje kennis over voedsel en de glycemische index is daarom wel handig. Voeding met een lage glycemische index geeft minder bloedsuikerpieken en minder schommelende bloedsuikers. Hierdoor is de kans op hypo’s en complicaties door diabetes kleiner. Daarom wordt voeding met een lage of gemiddelde GI vaak aanbevolen aan mensen met diabetes.

Om met name mensen met type 1 wat op weg te helpen kunnen ze op internet een site vinden van het Diabetes Fonds Nederland over dit onderwerp, te weten: https://www.diabetesfonds.nl/over-diabetes/over-eten/glykemische-index

5. Wat vind je prettig aan sporten en wat vind je minder leuk?

Prettig aan sporten vind ik “het bewegen” in het algemeen. Dat hoeft voor mij niet altijd tot topprestaties te leiden. Gewoon “bewegen”. Prettig bij Boddieplan vind ik de persoonlijke aandacht, de benaderbaarheid van de “personal trainers”, hun vakkennis, de ontspannen sfeer, de telkens weer bedachte aandachtspunten (workshops), zoals de onlangs bijgewoonde avond over de achtergronden van alles dat er bij Boddieplan kan worden beoefend en voor welke zaken die belangrijk zijn. En natuurlijk niet te verwaarlozen: de accommodatie waarvan gebruik gemaakt wordt. Minder leuke punten heb ik – naast mijn aandachtspunten door de diabetes – eigenlijk niet kunnen ontdekken. Maar deze laatsten zijn eigenlijk alleen maar “aandachtspunten”, die geheel worden overstemd door de voordelen die het sporten mij brengt.

6. Wat merk je als je niet sport of niet op je voeding let?

Naast de gewone dingen die “mensen die niet bewegen” hiervan merken (conditieverlies en stijfheid), merk ik persoonlijk natuurlijk veel meer als ik niet sport. Dat heeft alles te maken met het hebben van diabetes. Zoals hiervoor al genoemd gaat door het sporten de bloedglucosewaarde van mensen met diabetes naar beneden.

Dat betekent dat ik ook minder insuline hoef te spuiten. En dat is haar beurt weer gunstig voor mijn aderen, omdat insuline ervoor zorgt dat bloedvaten verstopt raken en dat leidt nogal eens tot een hartaanval. Kortom, hoe minder insuline ik hoef te spuiten, des te beter het is voor mijn vaatstelsel. Datzelfde geldt eigenlijk ook voor als ik niet op mijn voeding let. Ten eerste natuurlijk voor de hoeveelheid eten (veel eten betekent veel insuline toedienen), maar zeker ook voor “wát” ik eet. Daarom ben ik blij met de metingen binnen Boddieplan èn het sporten met eetadviezen via de PHP-methode (Persoonlijk Hormonaal Profiel). Dit alles bij elkaar houdt mijn gewicht beheersbaar, terwijl de spiermassa tegelijkertijd toeneemt en dus – zoals reeds gezegd – méér opname van glucose door de spieren.

Mijn advies aan mensen met diabetes is dan ook: GA SPORTEN en BLIJF BEWEGEN !!!

[vc_button title=”Wil je net als Jaap gezond leven met diabetes? Kom op gesprek.” target=”_self” color=”btn-danger” icon=”none” size=”wpb_regularsize” href=”http://www.sportstudioboddieplan.nl/inschrijven/”]
[vc_cta_button2 h2=”Hallo diabetespatiënt, wordt gezond!” h4=”Kom op gesprek” style=”square” txt_align=”left” title=”Text on the button” btn_style=”rounded” color=”blue” size=”md” position=”right” link=”||”]

Heb jij diabetes en ben jij toe aan een gezondere levensstijl…?? Sportstudio Boddieplan in Heerhugowaard staat voor je klaar om je daarbij te helpen. Samen met een diëtiste en onze personal trainers ga jij met een doel bepalen om te bereiken. Kom eerst op een geheel vrijblijvend oriënterend gesprek. Klik op de rode balk hierboven.

[/vc_cta_button2]

Geen reactie's

Geef een reactie